Referentiearchitectuur

In WP2 werd een referentiearchitectuur ontwikkeld met als doel bedrijven een voorbeeldimplementatie ter beschikking te stellen die hen helpt om wearables te integreren in de bedrijfsprocessen en ondersteunende informatiesystemen.

De belangrijkste bijdrage in WP2 is een beschrijving van de belangrijkste componenten in de referentiearchitectuur zoals een warehouse management system (WMS) en wearables, aangevuld met richtlijnen hoe alle componenten kunnen communiceren met elkaar.

Ten slotte laten de resultaten van WP2 ook zien wat hoe multimodale integratie van wearables in processen (integratie van verschillende wearables) toegepast kan worden.

Een concrete implementatie en validatie van de referentiearchitectuur werd uitgevoerd in WP3.

Componenten van de referentiearchitectuur

Het UML deployment diagram in de onderstaande figuur visualiseert de componenten en de onderlinge communicatie in de LOGwear referentiearchitectuur. Centraal in de referentiearchitectuur staat het WMS. Aangezien een multimodale integratie van wearables een primair doel was werd gekozen om een gestandaardiseerde REST API voor een WMS te ontwikkelen, zodat alle wearables op uniforme wijze kunnen communiceren met het WMS.

REST API voor het WMS: het hart van de referentiearchitectuur

Zoals hierboven beschreven is de REST API voor het WMS de belangrijkste component in de referentiearchitectuur. Dankzij deze gestandaardiseerde interface voor het WMS kunnen verschillende wearables op een efficiƫnte en uniforme manier communiceren met het WMS.

Gebaseerd op de KLG pilot uitgevoerd in WP3 werd besloten om de volgende bedrijfsprocessen te ondersteunen met de REST API voor het WMS:

  • Inbound: dit proces beschrijft de activiteiten die plaatsvinden bij de aankomst van nieuwe goederen in een warehouse.
  • Put-away: dit proces wordt meestal na een inbound proces uitgevoerd en bevat activiteiten om goederen op te bergen.
  • Picking: dit proces beschrijft de activiteiten die vereist zijn om goederen op te halen.
  • Validate: Na picking vindt vaak een validate-proces plaats om te valideren of alle juiste goederen zijn opgehaald.

 

Meer informatie over de REST API voor het WMS kan men vinden in de API documentatie, te downloaden aan het einde van deze pagina. De documentatie laat ontwikkelaars toe om de API beter te leren kennen dankzij een gedetailleerde beschrijving van alle operaties van de API, aangevuld met voorbeelden en testcode.

Wearables

In WP3 werden verschillende wearables geprogrammeerd op basis van de referentiearchitectuur:

  • Moverio BT-300 Smart Glasses: een Android-gebaseerde applicatie op deze smart glasses werd ontwikkeld. Zoals beschreven in de LOGwear referentiearchitectuur communiceert deze applicatie via HTTP en de REST API met het WMS.
  • Zebra Terminal WT6000: Net als de voorgaande wearable werd voor deze armcomputer een Android-applicatie ontwikkeld.
  • Zebra RS6000 Ringscanner: Aangezien zowel de Zebra RS6000 Ringscanner als de Proglove steeds in combinatie met de smart glasses of armcomputer werden gebruikt in WP3, werd beslist om zowel de ringscanner als de smart glove via de smart glasses of armcomputer te laten communiceren met de REST API voor het WMS.
  • ProGlove: zie Zebra RS6000 Ringscanner.

 

Zelf proberen?

Het is mogelijk om de referentiearchitectuur lokaal op uw eigen systeem te draaien. Dit geeft de mogelijkheid om zelf enkele simulaties in uw process uit te voeren om te kijken of er wearables zijn die potentieel uw proces kunnen optimaliseren. Volgt u hiervoor de aanwijzingen in de te downloaden documenten.

 

Downloads

Achtergrondinformatie